Trouwen of wettelijk samenwonen: meer dan een romantische beslissing

28 december 2021 | An-Sofie Desmet

Jij en je partner hebben al enige tijd een relatie en wensen de volgende stap te zetten. Jullie stellen zich echter de vraag of er wel een echt verschil is tussen trouwen en wettelijk samenwonen en zelfs samenwonen zonder iets te ondernemen (feitelijk samenwonen). Ook bij de aankoop van een onroerend goed stellen vele partners zich deze vraag. Er zijn echter nog steeds belangrijke verschillen tussen trouwen, wettelijk samenwonen of feitelijk samenwonen.

We duiden graag de verschillen.

Wat moet ik doen om te trouwen of wettelijk samen te wonen en hoe kan ik hieruit stappen?

De meest verregaande vorm van binding is uiteraard trouwen. Dit doe je voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente. Een huwelijk kan je niet zelf beëindigen, hiervoor is een vonnis van de Familierechtbank nodig.

Om wettelijk samen te wonen dienen jullie een verklaring af te leggen bij de dienst burgerlijke stand van jullie gezamenlijke woonplaats. Om de wettelijke samenwoning te beëindigen is er geen tussenkomst van de rechter nodig. Je kan deze gezamenlijk beëindigen bij de dienst burgerlijke stand of zelfs eenzijdig via eenzelfde verklaring die wel dient betekend te worden aan de andere partner via gerechtsdeurwaardersexploot.

Feitelijk samenwonenden zijn partners die samenwonen zonder te trouwen of zonder verklaring van wettelijke samenwoning af te leggen. Dit is dan ook een zeer flexibele samenlevingsvorm waarvoor geen specifieke wettelijke regels gelden.

Door welke (wettelijke) verplichtingen ben ik gebonden en wat zijn mijn rechten als gehuwde of wettelijk samenwonende?

Het Belgisch Burgerlijk Wetboek voorziet op heden nog steeds heel wat meer rechten en verplichtingen voor gehuwden. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen tussen de echtgenoten zelf, zoals getrouwheids- en hulpplicht, en het huwelijksvermogen.

Voor de wettelijk samenwonenden zijn slechts enkele bepalingen voorzien in het Burgerlijk Wetboek. Hierbij worden enkele wederzijdse rechten en verplichtingen die tussen echtgenoten gelden overgenomen zoals de plicht om bij te dragen in de lasten van de samenwoning.

Wat is het verschil bij gezamenlijke aankoop van een onroerend goed?

Wanneer men in het huwelijksbootje stapt, heeft dit ook vermogensrechtelijke gevolgen. Indien men huwt zonder huwelijkscontact, geldt het wettelijk huwelijksvermogensstelsel. Hierbij zijn er drie vermogens: elke echtgenoot/echtgenote heeft zijn eigen vermogen en er is een afgescheiden gemeenschappelijk vermogen. Hiervan kan bij huwelijkscontract worden afgeweken. Zo kan men trouwen met scheiding van goederen, waarbij er principieel geen gemeenschappelijk vermogen is, of met een algehele gemeenschap waarbij alles gemeenschappelijk is tussen echtgenoten.

Indien men tijdens het huwelijk gezamenlijk een onroerend goed koopt zal dit in het gemeenschappelijk vermogen vallen indien men geen afwijkend huwelijkscontract heeft. In geval van overlijden van één van de echtgenoten zal er een bescherming gelden voor de langstlevende echtgenoot/echtgenote.

Bij de gezamenlijke aankoop van een onroerend goed door niet-gehuwden, dus door feitelijke of wettelijk samenwonenden, behoort deze woning hen beide toe “in onverdeeldheid”. Dan is iedere partner mede-eigenaar van de woning. Hierop zijn, in tegenstelling tot het gemeenschappelijk vermogen bij gehuwden, geen specifieke wettelijke bepalingen van toepassing maar slechts algemene bepalingen.

Er geldt dan ook geen bescherming in geval van overlijden van één van de partners.

Onder bepaalde voorwaarden zijn er echter mogelijkheden om toch een bescherming in te lassen.

Zo kunnen samenwonende partners reeds bij aankoop van de woning voorzien dat de woning in het gemeenschappelijk vermogen zal vallen indien zij op een later ogenblik toch zouden trouwen. Dit is de verklaring van anticipatieve inbreng. Voorwaarde is wel dat de partners de woning elk voor de helft aankopen.

Daarnaast kunnen samenwonende partners elkaar beschermen in geval van overlijden door een beding van aanwas in de aankoopakte op te nemen. Dit is een kanscontract waarbij de langstlevende partner het deel van de overledene in het samen aangekochte goed verkrijgt. Hier is ook een fiscaal voordeel aan gekoppeld: de langstlevende dient geen erfbelasting te betalen op het deel in het onroerend goed dat hij verkrijgt bij overlijden van de partner. Dit wel op voorwaarde dat het een evenwaardig kanscontract is en er bijgevolg evenwaardige kansen op overlijden van één van de partners is. Dit zal bijvoorbeeld niet het geval zijn indien er een groot leeftijdsverschil is tussen de partners.

Genieten wij fiscale voordelen door te trouwen of wettelijk samen te wonen?

Tijdens het leven is er een gezamenlijke aanslag in de personenbelasting voor gehuwden en wettelijk samenwonenden hetgeen fiscaal voordelig is. Zo wordt er toepassing gemaakt van een huwelijksquotiënt en kan u een verhoogd fiscaal voordeel genieten uit een hypothecair krediet. Dit voordeel is er niet voor feitelijk samenwonenden die afzonderlijk hun aangifte dienen te doen.

Indien na het overlijden van één van de partners erfbelasting dient te worden betaald op hetgeen hij/zij erft in de nalatenschap, worden de drie categorieën wel gelijk behandeld. Er geldt dan ook eenzelfde tarief van erfbelasting voor samenwonenden (feitelijk of wettelijk) en gehuwden. Dit geldt ook voor de schenkbelasting.

Wat is het verschil wanneer mijn partner voor mij overlijdt?

Wettelijk samenwonenden hebben een beperkter erfrecht dan gehuwden. De wettelijk samenwonende partner erft het vruchtgebruik op de gezinswoning en de inboedel. Onterving van de wettelijk samenwonende partner is echter mogelijk via testament aangezien de wettelijke samenwonende partner geen reservataire erfgenaam is. Er is dan ook geen zekerheid dat u na het overlijden van uw partner in de gezinswoning kan blijven wonen indien deze geen exclusieve eigendom van uzelf is.

In het geval van een huwelijk is er een ruimer erfrecht dat niet zomaar kan worden ontnomen via testament. De langstlevende echtgenoot/echtgenote is immers een reservataire erfgenaam. Dit betekent dat de langstlevende echtgenoot/echtgenote minstens het vruchtgebruik op de helft van de nalatenschap erft. Hierin is de gezinswoning en de daarin aanwezige huisraad begrepen om ervoor te zorgen dat de langstlevende echtgenoot/echtgenote niet uit de woning kan worden gezet.

Bij gebreke aan een afwijkend testament of huwelijkscontract erft de langstlevende echtgenoot/echtgenote, indien de overledene kinderen achterlaat, het vruchtgebruik op de gehele nalatenschap. Wanneer de overleden echtgenoot/echtgenote geen kinderen nalaat, is dit erfrecht zelfs nog ruimer. Bovendien heeft de langstlevende echtgenoot/echtgenote als enige het recht op de huur van de voormalige gezinswoning.

De langstlevende echtgenoot/echtgenote kan in principe dan ook steeds in de voormalige gezinswoning blijven wonen na overlijden van de echtgenoot/echtgenote.

Tot slot hebben feitelijk samenwonenden geen wettelijke erfrechten.

Zit je met vragen over de situatie waarin je je bevindt of wens je bepaalde zaken te regelen, via een samenlevingsovereenkomst of testament, aarzel dan niet om contact op te nemen met een van onze specialisten.


Raad en daad

Vragen over uw eigen situatie?

Indien u omtrent uw eigen situatie vragen heeft, aarzel dan niet om ons kantoor te contacteren zodat wij u met raad en daad kunnen bijstaan.

Neem contact op