De dood kent geen lieve kinderen: welke erfrechtelijke regelingen zijn mogelijk in de relatie stiefouder en stiefkind?

14 februari 2021 | Annelies Dumoulin

Een groeiend takje tussen een hoop geld

Volgens de laatste Vlaamse cijfers zou minstens 1 op de 10 gezinnen bestaan in de vorm van een nieuw samengesteld gezin. Deze gezinssoort is dan ook niet langer weg te denken uit onze huidige maatschappij. Bij de helft van deze nieuw samengestelde gezinnen heeft één van de partners reeds kinderen uit een vorige relatie. Bij de overige helft hebben beide partners kinderen uit een vorige relatie.

Deze evolutie leidt ertoe dat men niet enkel binnen de sociale en familiale context voor nieuwe uitdagingen komt te staan, maar eveneens wordt de nieuwe juridische realiteit van het gezin anders.
Niettegenstaande we de relatie tussen stiefkinderen en hun respectievelijke stiefouders vaak kwalificeren vanuit een Assepoester-perspectief, is het eveneens de realiteit dat vele ouders wél een mooie en bloeiende relatie opbouwen met hun stiefkinderen.

Dit wensen ze dan ook vaak door te trekken tot na hun leven samen. Het is echter zo dat de wetgever niet voorzien heeft in een wettelijk erfrecht voor stiefkinderen. Indien er dus niets voorzien wordt door de stiefouder, is het niet mogelijk voor de stiefkinderen om te erven.

Daarom is een eigen initiatief van de stiefouder dan ook vereist, doch dit kan vele vormen aannemen en de verschillende regelingen kennen elk hun eigen formaliteiten.

Ultimum remedium: De globale erfovereenkomst als remedie tegen familiale conflicten?

Tot en met de erfwet van 30 juli 2017 was het niet mogelijk om reeds voor het overlijden een erfovereenkomst op te stellen. Dit werd immers bij wet verboden of slechts toegelaten in zéér restrictieve gevallen.

De wetgever achtte het op dit punt echter nodig om in te grijpen en te voorzien in de mogelijkheid om een globale erfovereenkomst op te stellen. Dit vanuit het idee dat de erflater bij leven de nodige toelichting kan geven aan diens erfgenamen omtrent bepaalde beslissingen bij de gewenste toebedeling van het vermogen. Dit zou er volgens de wetgever toe leiden dat er minder familiale conflicten ontstaan na het overlijden van de betrokken persoon.

Dergelijke erfovereenkomst is niet alleen mogelijk met de eigen kinderen, maar het kan ook met de pluskinderen. De wet voorziet wel dat dit via de notariële weg dient te gebeuren, dat alle erfgenamen dienen in te stemmen en bepaalt een vastgelegde wachtperiode teneinde alle betrokkenen voldoende reflectietijd mee te geven.

Men kan ervoor opteren om de pluskinderen eveneens te betrekken in het opstellen van zulke globale erfovereenkomst, juist om ook hen te begunstigen.

Bezint eer ge begint: schenkingen bij leven of legaten bij testament als remedie tegen het ontbreken van een wettelijke erfrechtregeling?

Indien een globale erfovereenkomst niet mogelijk blijkt te zijn, kan de plusouder zijn pluskinderen nog steeds begunstigen door hen bij leven een schenking te doen of door een legaat via een testament. Dit houdt in dat men reeds een deel van het vermogen aan de pluskinderen zal toebedelen.

Dit kan een oplossing bieden om zowel de kinderen als de pluskinderen een deel van de koek toe te bedelen.

Toch loopt men hier nog steeds het gevaar dat de zogeheten reserve van de kinderen wordt aangetast. De wetgever heeft immers voorzien dat de helft van het vermogen van de overledene wordt voorbehouden voor diens afstammelingen.

Om deze reserve te bepalen zal men nagaan wat er zich in het vermogen bevindt, welke schulden er zijn en of er tijdens het leven van de overledene reeds schenkingen werden gedaan.
Indien men zicht heeft op deze zaken, kan men nagaan of de reserve is aangetast. Hierna wordt nagegaan wat er te verdelen valt en of legaten kunnen worden uitgekeerd.

Indien de overledene schenkingen zou hebben gedaan of legaten heeft toegekend bij testament die deze reserve aantasten is er het risico voor de pluskinderen dat hun schenkingen en/of legaten worden ingekort.

Dit houdt concreet in dat zij een deel van de gedane schenking of het toegekende legaat moeten inleveren ten voordele van de reserve, dat zijn de eigen kinderen van de overledene.

Het is echter zo dat men in een globale erfovereenkomst de mogelijkheid kan opnemen om te verzaken aan dit recht van inkorting, dit om te vermijden dat de schenking aan de pluskinderen dient verrekend te worden. De kinderen kunnen verzaken aan de inkorting zo het probleem zich stelt. Dit biedt echter minder zekerheid dan een verzaking in een globale erfovereenkomst die bindend is voor alle partijen.

Het is dan ook best dat men alvorens over te gaan tot schenking of het opstellen van een testament voldoende inlichtingen inwint en nagaat of er risico’s verbonden zijn aan de desbetreffende schenking.

Als het geld op is, is het kopen gedaan: de erfbelasting als bron van ongelijkheid of juist niet?

Naast de burgerrechtelijke zaken die komen kijken bij een overlijden, dient er eveneens erfbelasting betaald te worden betaald op de zaken die zich in de nalatenschap bevinden.
De verkrijging binnen het erfrecht tussen stiefkinderen en stiefouders wordt echter gelijkgesteld met verkrijgingen in rechte lijn.

Dit houdt concreet in dat zij gelijkgesteld worden met de andere kinderen in het gezin en dit ongeacht of de verkrijging plaatsvindt voor of na het overlijden van de eigenlijke ouder van het stiefkind.

Dit geldt zowel in het Vlaamse gewest als het Waalse en het Brussels Hoofdstedelijk gewest.

Kunt u zich herkennen in het bovenstaande en wenst u meer informatie of advies en bijstand? Aarzel dan niet om DUX | LAW te contacteren zodat onze advocaten Erfrecht u met raad en daad kunnen bijstaan!


Annelies Dumoulin

Teamlid van de sectie familierecht

Raad en daad

Vragen over uw eigen situatie?

Indien u omtrent uw eigen situatie vragen heeft, aarzel dan niet om ons kantoor te contacteren zodat wij u (vanop de nodige afstand) met raad en daad kunnen bijstaan.

Neem contact op